Freier Verkehr

Van de redactie

Het verbod op prostitutie - Tussen vrijheid en dwang (Deel 3)

Blader hier terug - Deel 1

Blader hier terug - Deel 2

De revolutie verslindt haar eigen kinderen

Gepubliceerd op 04. november 2013 door Wiegand Grafe bij Feministisches Institut Hamburg

Wat een krachtige tegenaanval. Negentig prominenten en een groot aantal veelal academisch geschoolde eerste ondertekenaars steunen een restauratieve oproep van het tijdschrift „Emma“ tegen de poging van sekswerkers om deel te nemen aan de successen van de seksuele revolutie. De tekst en de lijst van ondersteuners is te vinden op http://www.emma.de/hefte/ausgaben-2013/novemberdezember-2013/appell-gegen-prostitution/.

De oproep richt zich tegen de in 2002 in werking getreden prostitutiewet, die de juridische positie van seksuele diensten regelt om de situatie van sekswerkers te verbeteren. Daarmee werd blijkbaar de mate van vrijheid overschreden die kan worden toegestaan aan een minderheid die zich notoir anders gedraagt dan de emanciperende voorvechters juist achten. Daar moet met macht tegen opgetreden worden. De zekerheid met deze oproep aan de moreel juiste kant te staan, heeft er blijkbaar toe geleid dat de auteurs niet eens een aanzet hebben gedaan om met hun argumentatie recht te doen aan de complexe realiteit. De oproep is een toonbeeld van demagogie, waarin algemeen bekende begrippen, maatschappelijk geaccepteerde meningen, noodzakelijke eisen en onhoudbare standpunten zo handig tot een moreel postulaat verweven worden, dat blijkbaar zelfs ervaren wetenschappers het overzicht verloren hebben en zich niet meer afvragen wat slavernij en mensenhandel eigenlijk te maken hebben met de juridische acceptatie van sekswerk. Als dan ook nog de voorstanders van de huidige wetgeving als lobbyisten van vrouwenhandelaren en zogenaamde „vrijwillige“ prostituees gediffameerd worden en de drugs- en wapenhandel als vergelijking wordt aangehaald, is de zedelijke verontwaardiging zo groot dat men eigenlijk alleen nog maar kan ondertekenen. Daarbij zijn de activisten blijkbaar vergeten dat de hoge winstmarges in de genoemde sectoren alleen in de illegaliteit behaald worden en we binnenkort afscheid zouden moeten nemen van de gedachte van arbeidsverdeling als we elk beroep zouden willen criminaliseren in de omgeving waarvan uitbuiting, mensverachting en misdaad voorkomen.

Er mag van worden uitgegaan dat de meerderheid van de ondertekenaars geen ervaring heeft met sekswerk (noch als dienstverlener, noch als klant) en zij hun kennis over dit onderwerp alleen baseren op de huidige mediale verhalen over prostitutie, die vermoedelijk net zoveel met de realiteit te maken hebben als doktersromans met de gezondheidszorg of een aflevering van Tatort met politiewerk.

Toch voelen zij zich geroepen om met hun stem massaal in te grijpen in het leven van andere mensen, zonder de gevolgen te kunnen overzien. Als een mens uit nood besluit een seksuele dienst aan te bieden, dan zou elke vorm van rechtsstatelijke bescherming verwelkomd en niet bestreden moeten worden. Was het een vrijwillige beslissing, dan moet deze geaccepteerd worden en niet door rechtsonzekerheid in twijfel getrokken worden. Wordt een wet door misdadigers misbruikt, dan moet het misbruik en niet de wet bestreden worden. Wie deze eenvoudige verbanden al te onoverzichtelijk vindt, zou zich niet meer met maatschappelijke beslissingen moeten bemoeien, ongeacht hoe groot zijn „promifactor“, zijn wetenschappelijke reputatie of hoe belangrijk zijn politieke ambt is. Daarbij helpt het ook niet om zich te beroepen op revolutionaire verworvenheden, zelfs als deze zonder twijfel gegrond zijn.

In 1971 bekennen moedige vrouwen in „stern“ dat zij een abortus hebben ondergaan. Zij leggen daarmee het fundament voor een initiatief dat onder de slogan „Baas in eigen buik“ de zelfbeschikking over hun lichaam terugeist en beginnen een lange strijd voor de legalisering van zwangerschapsafbrekingen. De activistes verzetten zich tegen een verontwaardigde meerderheid die de ingreep als een misdaad beschouwt, het als „moord op ongeboren leven“ bestempelt. De moedige vrouwen en hun ondersteuners weten dat zij met hun eis het recht op zelfbeschikking van de vrouw boven de religieus gekleurde onschendbaarheid van het beginnende leven stellen. Een van hun belangrijkste nevenargumenten voor legalisering was dat een zwangerschapsafbreking die illegaal wordt uitgevoerd, het gevaar voor het leven en de gezondheid van de vrouw aanzienlijk vergroot, maar dat de nood waarin vrouwen voor deze stap kiezen door geen enkel verbod gecompenseerd kan worden. Zij hebben, gesteund op wetenschappelijke inzichten en in de beste traditie van de Verlichting, de discussie uit de religieuze omklemming bevrijd en bereikt dat de meerderheid van de samenleving een succesvolle bevruchting niet meer als beginnend leven verheft.

In 2013 voelt de voormalige avant-garde van de seksuele revolutie zich geroepen om de moedige vrouwen die al lange tijd een legalisering van sekswerk eisen, tegen te treden en voor zichzelf de aanspraak op te eisen om over het lichaam van sekswerkers te beschikken. Hier zou de leus „Jouw lichaam is van ons“ media-effectief ingezet kunnen worden. De nu als kader van de emancipatie acterende activisten maken zich tot spreekbuis van een moraliserende meerderheid die sekswerk als tegennatuurlijk beschouwt, het als „prostitutie“ bestempelt en zich gekochte seks alleen als een daad van dwang en geweld kan voorstellen. Samen met de ondertekenaars eisen zij de hernieuwde criminalisering van seksuele dienstverlening om hun voorstelling van moraal en gendergelijkheid te laten gelden. Zij willen met hun initiatief de misdaad van mensenhandel indammen en nemen daarbij op de koop toe dat de rechteloosheid en het gevaar voor de dienstverleners aanzienlijk toenemen als sekswerk alleen nog in de illegaliteit gepraktiseerd kan worden. Gedragen door hun quasi-religieuze zekerheid proberen zij de meerderheid van de samenleving te beïnvloeden om een toekomstgerichte wetgeving af te schaffen, sekswerk zoals vroeger te verdoemen en het seksuele proletariaat op zijn nummer te zetten. De revolutionairen zijn na hun mars door de instituties inmiddels in het midden van de samenleving aangekomen, hebben het zich gemakkelijk gemaakt en oordelen van daaruit over de acceptatie van andere levensontwerpen. Vanuit deze positie is het onvoorstelbaar dat iemand kiest voor een baan in de seksuele dienstverlening, want wie zich wil prostitueren, kan toch journalist, wetenschapper, acteur of politicus worden.

Bron: http://www.feministisches-institut.de/wp-content/uploads/2013/11/DieRevolutionfrisst.pdf

**************************************************************************************

Seks, geld en nabijheid, of: Wat hebben feministes eigenlijk tegen prostitutie?

Gepubliceerd op 06. november 2013 door Lucas Schoppe op Cuncti.net, eerder op mau tau

Hij moge „dit onderwerp, dat niet tot de meest centrale belangen van de mannenrechtenbeweging behoort, niet overvragen, en ook welverdiend Alice-Schwarzer-bashing is op de lange duur slechts beperkt vermakelijk.“

Dat schrijft Arne Hoffmann op Genderama over de kritiek op de oproep van Schwarzer om prostitutie „af te schaffen“.

Dat is evident – de eis van vrije toegang tot prostituees als centraal belang van een politieke beweging verankeren, zou het oordeel van een Amerikaanse journalist bevestigen, dat de mannenrechtenbeweging verreweg de slechtste politieke instincten heeft van alle burgerrechtengroepen die hij ooit was tegengekomen („the single worst political instincts of any civil rights groups I have ever encountered“).

Toch raakt de oproep van Schwarzer en haar ondertekenaars (Senta Berger, Margot Käßmann, Wolfgang Niedecken en vele anderen) thema's die wel degelijk centraal zijn voor de mannenbeweging: de vraag naar de betekenis van seksualiteit, de algemene beschuldiging aan mannen dat zij gewelddadig zijn – en het feit dat mannen voor vrouwen betalen. Daarbij kunnen de kritische aspecten van de oproep vrij snel worden afgehandeld.

Rood-groene vrouwenhandelaren en de dwang van vrijwilligheid

In een artikel over het onderwerp presteert Schwarzer het om enerzijds „minstens“ elke tweede man, maar eigenlijk simpelweg zoveel mogelijk mannen als klanten van prostituees neer te zetten en anderzijds vol te houden dat „een wereld zonder prostitutie“ denkbaar is.

Dat is overduidelijk utopisch – het gaat niet om de afschaffing, maar om het verbod op prostitutie. Natuurlijk moet ervan worden uitgegaan dat prostitutie daardoor niet verdwijnt, maar simpelweg uit het zicht wordt verdrongen. In Zweden, waar prostitutie verboden is en de klanten – maar niet de prostituees – zwaar gestraft kunnen worden, duiden sommige resultaten erop dat dit de situatie voor prostituees eerder bemoeilijkt dan verbetert.

„Aanwijzingen dat het veiligheidsgevoel van vrouwen in de prostitutie is verslechterd, evenals de verslechtering van de situatie van migranten, worden in Zweden ten gunste van een hoger maatschappelijk doel genegeerd“,

schrijft het Duitse Ministerie van Familie- en Vrouwenzaken daarover.

„Ook de afschaffing van de slavernij gold nog niet zo lang geleden als utopie.“ In dit citaat uit de oproep halen Schwarzer en haar ondertekenaars blijkbaar morele veroordeling en zakelijke beoordeling door elkaar: Dat voor hen – in tegenstelling tot prostituees zelf – prostitutie moreel gelijkstaat aan slavernij, betekent immers nog niet dat het daadwerkelijk op dezelfde manier kan worden afgeschaft.

„De hervorming van de prostitutiewet in 2002, die zogenaamd de naar schatting 700.000 vrouwen (gemiddelde) in de prostitutie ten goede moest komen, draagt het handschrift van de vrouwenhandelaren en hun lobbyisten.“

Bij zinnen als deze zijn er twijfels of de ondertekenaars van Schwarzer de tekst voor hun handtekening eigenlijk wel ten minste oppervlakkig hadden gelezen. Immers suggereren zij hier zonder enig bewijs aan de verantwoordelijke rood-groene regering dat internationale vrouwenhandelaren hen hebben gekocht en zich daarmee de mogelijkheid hebben verschaft om wetten naar eigen goeddunken te formuleren en door het parlement te loodsen.

„Het systeem prostitutie degradeert vrouwen tot het koopbare geslacht (…).“ Dat kan alleen iemand beweren die seksueel verkeer tussen vrouwen en mannen, van welke aard dan ook, ziet als het in bezit nemen van de vrouw door de man. Geheel in lijn daarmee wordt een „deregulering van vrouwenhandel en prostitutie“ geëist – alsof vrouwenhandel, die uiteraard verboden blijft, door de rood-groene regering „gedereguleerd“ zou zijn. De algemene beoordeling van prostitutie als de koop van de vrouw door de man staat het niet toe om verschillen tussen vrijwillige prostitutie en gedwongen prostitutie waar te nemen.

Of op deze manier daadwerkelijk gedwongen prostitutie voorkomen kan worden, is twijfelachtig.

„Naar mijn mening bestrijdt men gedwongen prostitutie het beste door prostitutie te legaliseren, omdat dit de zwarte markt zou indammen, licht zou werpen in de duisternis van misdadige maffiastructuren en deze hun bestaansrecht zou ontnemen“,

schrijft Adrian in het blog Gay West.

Ook al wordt toegegeven dat de legalisering van prostitutie politie-invallen in bordelen heeft bemoeilijkt en zo ook illegale gedwongen prostitutie zou kunnen begunstigen, kan dit probleem worden opgelost zonder prostitutie in zijn geheel weer te verbieden (zie hiervoor bijv. de Frankfurter Rundschau in een tekst over de coalitieonderhandelingen).

Zo schiet de eis voor een „afschaffing“ van de prostitutie in haar metaforen en vergelijkingen – Schwarzer stelt in een andere tekst prostituees zelfs gelijk aan seksueel misbruikte kinderen – en ook in haar eisen duidelijk voorbij aan wat zakelijk onderbouwd kan worden. De verwijzing naar gedwongen prostitutie is blijkbaar nodig, omdat anders de eis voor een verbod op prostitutie nauwelijks te rechtvaardigen zou zijn – niettemin gaat het om prostitutie in het algemeen, niet om de toch al illegale dwang.

Wat precies hebben Schwarzer en haar ondertekenaars eigenlijk tegen prostitutie?

Geld tegen nabijheid, of: Waarom men met het patriarchale dividend niet goed voor seks kan betalen

De vraag wordt des te interessanter, daar sommige aspecten van prostitutie een misandrische feministe eigenlijk wel zouden moeten bevallen. De man betaalt hier voor de nabijheid van een vrouw – „nabijheid“ niet begrepen in een emphatisch-sentimentele zin als ontmoeting van de zielen, maar toch als lichamelijke nabijheid. Vanuit een mannenpolitiek perspectief is dit aspect van prostitutie eerder afschrikwekkend (en voor mij persoonlijk was dat overigens een reden waarom ik nooit naar prostituees ben gegaan).

Er is immers geen enkele redelijke reden waarom de lichamelijkheid, de nabijheid, de aandacht van een man minder waard zouden zijn dan de lichamelijkheid, de nabijheid of de aandacht van een vrouw. Als ik de nabijheid van een vrouw wens en kan ervaren, dan is mijn nabijheid tot haar een volkomen voldoende tegenprestatie – ik zie geen reden waarom zij of ik daarbovenop nog verdere compensatieclaims zouden moeten hebben. Dat mannen voor de nabijheid van vrouwen moeten betalen, is een aspect van prostitutie dat het voor mannen vernederend kan maken – het is alsof een vrouw gecompenseerd moet worden voor het feit dat zij de lichamelijke nabijheid van een man verdraagt.

Hier echter past prostitutie blijkbaar goed in traditionele vormen van het aangaan van relaties. Dat de man in eerste instantie moet betalen, dus bijvoorbeeld bij een afspraakje de vrouw moet uitnodigen, is een overgeleverde vanzelfsprekendheid waar ook vandaag de dag nog veel vrouwen en mannen aan vasthouden. Dit is eenvoudig te verklaren met een beroep op evolutiepsychologische overwegingen: De man moet, om voor een vrouw als partner in aanmerking te komen, eerst zijn bereidheid en vermogen aantonen om voor de vrouw – en mogelijke nakomelingen – te zorgen en zijn beschikbare middelen niet alleen voor zichzelf te investeren.

Vandaag de dag echter, nu zulke duidelijke toewijzingen van gendergedrag allang hun functionaliteit hebben verloren, krijgt de verwachting dat de man voor beiden betaalt een ander karakter – althans wanneer deze verder gaat dan de puur speelse enscenering van traditionele rollen. Deze verwachting suggereert nu dat nabijheid en aandacht van de man als tegenhanger van de nabijheid en aandacht van de vrouw niet voldoende kunnen zijn, maar dat de vrouw recht zou hebben op een verdere compensatie.

Maar waarom zijn structuren waarin de man impliciet een lagere waarde heeft dan de vrouw en dit door financiële inzet moet compenseren, niet aantrekkelijk voor misandrische feministes?

Dat laat zich goed verklaren aan de hand van een tekst die toevallig bijna gelijktijdig met de oproep van Schwarzer verscheen en die hier al onderwerp was. Wanneer Antje Schrupp uitlegt waardoor zij een onvriendelijk mens werd, en ter onderbouwing vertelt over een ervaring als veertienjarige, dan grijpt zij daarmee eigenlijk terug op een zeer traditioneel literair patroon: dat van het initiatieverhaal.

Zij ervaart echter als het ware een geperverteerde initiatie, niet een intrede in de wereld, maar een in het „patriarchaat". Anders dan bij klassieke schrijfsters zoals Jane Austen, die keer op keer „a young lady’s entrance into the world“ vormgaven, zijn bij Schrupp de consequenties van deze intrede negatief, niet positief. Zij wint er niets bij door zich voor de wereld en de wereld zich voor haar te openen, maar zij verliest iets – als vrouw en jong meisje zou zij eigenlijk al volledig zijn geweest, rustend in zichzelf, maar het patriarchale geweld zou haar als het ware uit haar evenwicht hebben getrokken.

Deze fantasie van een alomvattende mannelijke heerschappij, die overigens duidelijk narcistische trekken vertoont, kenmerkt ook de oproep van Schwarzer. Het is voor haar en haar ondertekenaars oninteressant om met prostituees zelf te spreken, net zoals ook de verschillen in levensomstandigheden van gedwongen prostituees of luxe callgirls, van vrouwen in de drugstip of in de gelegenheidsprostitutie hen niets lijken aan te gaan. Mannelijke prostituees of vrouwelijke klanten horen in dat beeld al helemaal niet thuis en worden hooguit in de marge een keer plichtsgetrouw genoemd. Prostitutie is hier simpelweg een aanleiding om nog eens het oude liedje van de mannenheerschappij aan te heffen.

Juist deze fictie van een alomvattend patriarchaal geweld echter onderbouwt vrouwelijke compensatieclaims aan mannen opnieuw, die eigenlijk allang ten gunste van een gelijkwaardige genderrelatie hadden moeten worden opgegeven. Omdat vrouwen in een feministisch geïnspireerde genderpolitiek steevast worden afgeschilderd als slachtoffers van een diffuus blijvende, maar blijkbaar onwrikbare mannelijke dominantie, is ook de compensatie waar zij volgens die visie recht op hebben in principe oneindig groot. Er is simpelweg geen punt herkenbaar waarop „het patriarchaat“ en zijn profiteurs (in principe alle mannen) genoeg betaald zouden hebben voor de zonde van hun dominantie.

Juist daarom echter ervaren feministes als Schwarzer prostitutie waarschijnlijk als een provocatie. Ook hier moeten mannen vrouwen financieel compenseren voor het feit dat zij hen überhaupt benaderen – hier echter is de compensatie, hoe groot deze ook mag zijn, in principe begrensd en het resultaat van onderhandelingsprocessen waaraan beide zijden vrijwillig deelnemen.

Daarom is ook voor Schwarzer en anderen de gedachte zo onverdraaglijk dat er vrouwen zijn die zich vrijwillig prostitueren – zij zijn dan namelijk geen hulpeloze slachtoffers van mannelijke dominantie, en als de man de overeengekomen prijs heeft betaald, dan heeft hij ook genoeg gepresteerd en is hij haar daarbovenop niets meer schuldig. Juist dat accepteren de ondersteuners van een prostitutieverbod niet – ook en juist wanneer de man betaald heeft, heeft hij niet zijn plicht gedaan, maar moet hij volgens hun voorstellingen daarbovenop gestraft worden omdat hij als profiteur van het patriarchale dividend een vrouw beschikbaar heeft gemaakt.

Wie precies is hier eigenlijk pervers?

Niettemin is prostitutie geen heel normaal beroep. Zou een scholiere in de les vertellen dat haar beroepswens „prostituee“ is, dan zouden leraren vermoedelijk eerder geïrriteerd reageren dan haar bijvoorbeeld aan te raden dat ze daar vast veel interessante mensen zou leren kennen e.d. Echter heb ik als leraar ook nog nooit een jongen meegemaakt wiens beroepswens het werk bij de vuilnisophaaldienst of in de wegenbouw was. Het is vanzelfsprekend dat jonge mannen deze en andere, mogelijk sterk gezondheidsbedreigende beroepen niet uit neiging, maar uit financiële noodzaak kiezen. Waarom is dat zoveel minder schandalig dan vrouwelijke prostitutie?

„Met het verbod op prostitutie zou men tot de absurde situatie komen dat seks legaal is, geld verdienen legaal is, maar de verbinding tussen beide niet“,

schrijft Adrian in zijn tekst. Heel normale alledaagse onderhandelingsprocessen worden blijkbaar onlegitiem zodra er seksualiteit in het spel is, en alledaagse seksualiteit wordt onlegitiem zodra deze in onderhandelingsprocessen wordt opgenomen. Dat is alleen te verklaren met een zeer onwaarschijnlijk beeld van seksualiteit.

Enerzijds wordt seksualiteit hier blijkbaar nog steeds en tegen alle seksuele voorlichting van de afgelopen decennia in ervaren als iets zondigs en vuils – als iets dat ook normale zakelijke relaties besmeurt die in andere contexten ongetwijfeld legaal zouden zijn.

Anderzijds kan seksualiteit blijkbaar uit haar zondigheid worden verlost – wanneer zij verschijnt als iets puurs, onbedorvens, als een volledig vrije ontmoeting van de zielen. Deze verlossing wordt haar echter natuurlijk ontzegd wanneer zij in alledaagse onderhandelingsprocessen wordt opgenomen en betaald wordt.

Op deze manier wordt de oproep gekenmerkt door een scherp zwart-witbeeld van seksualiteit, dat schommelt tussen verdoemenis en sacralisering en waarvan de zijden nauwelijks met elkaar te verenigen zijn. Een pragmatische, nuchtere omgang van de geslachten met elkaar is daarmee nauwelijks mogelijk. Dit is des te ernstiger daar de oproep beide zijden van seksualiteit immers keurig tussen de geslachten verdeelt – zou niet aan de mannelijke seksualiteit het vuile en aan de vrouwelijke het pure deel worden toegewezen, dan zou bijvoorbeeld nauwelijks te verklaren zijn waarom de (mannelijke) klanten gestraft moeten worden, maar de (vrouwelijke) prostituees niet.

De ondertekenaars van Schwarzer hebben mogelijk subjectief het motief om liefdevollere, respectvollere relaties tussen de geslachten mogelijk te maken. De ondersteuning van een misandrisch onderbouwd prostitutieverbod draagt daar overduidelijk niets aan bij. Veel zinvoller zou het zijn om te accepteren dat geen van de geslachten in principe eindeloos bij het andere in de schuld staat – en dat ook liefde, nabijheid en seksualiteit natuurlijk onderwerpen van alledaagse civiele onderhandelingsprocessen kunnen zijn, waarin begrippen als eerlijkheid en autonomie aanzienlijk belangrijker zijn dan contrasten van zonde en heiligheid.

Een van de wreedste en meest destructieve Duitse wetten die ik ken, stelt voorwaarden vast waarin een moeder – niet alleen voor de kinderen, maar vooral voor zichzelf – juist daardoor aanspraak maakt op omvangrijke betalingen door de vader, door vaders en kinderen willekeurig van elkaar te scheiden en de vaderlijke zorg voor de kinderen te verhinderen. Ik ken veel vaders en kinderen (mijzelf en ons kind inbegrepen) die aanzienlijk lijden onder dergelijke regelingen.

Door het feit dat hij de vrouw nabij is gekomen en een kind bij haar heeft verwekt, is een man blijkbaar op een manier compensatieplichtig geworden die alle gangbare eerlijkheidsoverwegingen en overwegingen over het welzijn van het kind buiten werking stelt. Het zijn dergelijke regelingen die het principe geld tegen nabijheid in wetsvorm gieten en definitief tot perversie drijven.

Wie dus daadwerkelijk liefdevollere en respectvollere relaties tussen de geslachten wil bevorderen, heeft hier goede, veelzijdige en lonende mogelijkheden om actief te worden.

Bron: https://cuncti.net/geschlechterdebatte/481-sex-geld-und-naehe-oder-was-haben-feministinnen-eigentlich-gegen-die-prostitution

**************************************************************************************

Prostitutie is een deal

Gepubliceerd op 10. november 2013 door Bernd Begemann in „Die Welt“

Bernd Begemann woont op St. Pauli en is met velen uit de branche bekend. De door Alice Schwarzer geïnitieerde verbodscampagne vindt hij demagogisch en totalitair.

Ik woon op St. Pauli. Precies, dat is de wijk waar alle goede Duitsers minstens één keer in hun leven langskomen om zich echt slecht te misdragen. Verschillen met de wijk waar u woont? Oh, een paar! Bijvoorbeeld kan een man hier vrouwenkleren dragen zonder door "echte mannen" daarvoor in elkaar geslagen te worden. De vrouwen die u waarschijnlijk "hoeren" noemt, lopen hier openlijk rond in plaats van zich te moeten verstoppen.

Op een gegeven moment luister je onbedoeld hun gesprekken af bij de bakker, op de een of andere manier gebeurt het dat je naar hen luistert. Ja, ze wonen in Pinneberg of Winsen an der Luhe, ja, ze zijn trots op hun zwarte Golf GTI Cabriolet, nee, de buren weten van niets. Sommigen hebben "van hun hobby hun beroep gemaakt", anderen hebben het kleinste kwaad gekozen omdat ze "geen zin hadden in de alternatieven". Je hoort een paar grappige verhalen, een paar droevige verhalen. Een beetje weemoed, een beetje woede, een beetje hoop. Eigenlijk precies hetzelfde als wanneer je met automonteurs of artsen zou optrekken.

Dat zijn echter vast niet de vrouwen die Alice Schwarzer met haar "Emma"-oproep tegen prostitutie bedoelde, toch? Waarschijnlijk wel. In haar oproep noemt ze hen namelijk de "zogenaamd 'vrijwillige' prostituees". Want, begrijpt u, deze personen zijn immers zo beschadigd, angstig, getraumatiseerd, dat men hen zoiets als een vrije keuzevrijheid niet kan toekennen en hen in geen geval voor zichzelf mag laten spreken.

Hun zelf opgerichte, zelf beheerde belangenverenigingen? Willoze speeltjes in de handen van buitenlandse vrouwenhandelaren. Hun bijdragen aan de discussie? Worden geblokkeerd in het Emma-forum, want, begrijpt u, feminisme-ondermijning dreigt. De vrouw die aantrad om haar zusters te bevrijden, kan hun storende gesnater niet verdragen. Vanaf dit punt is het wereldbeeld van Alice Schwarzer een hermetisch gesloten en rigide uitsluitend systeem, vergelijkbaar misschien met dat van een stalinist in de jaren 50: de grote oorlog was gewonnen, nu ging het erom de wereld definitief in vrienden en vijanden te verdelen en het IJzeren Gordijn dicht te trekken.

Terwijl een stalinist in die tijd alle wereldwijde gebeurtenissen duidde als onderdeel van de "eeuwige" klassenstrijd, kunnen mevrouw Schwarzer en haar kaders de wereld alleen begrijpen in het kader van de "eeuwige" patriarchale structuren. Dat is extreem reducerend, intellectueel lui en in het geval van haar oproep totalitair tegenover zeer veel mensen.

Ik maak me boos over iemand die mijn buurtgenoten niet als bewust handelende mensen accepteert, maar alleen als hulpeloze, achtergebleven "slachtoffers" die naar het licht geleid moeten worden. Ja, dat doet me denken aan de gruwelijke dwangmissioneringen uit het koloniale tijdperk, compleet met het weldoenersgedrag waaraan "maatregelen" ter "indamming" en "afschaffing" nu eenmaal gekoppeld zijn.

De laatste tijd ageert mevrouw Schwarzer als – sorry, ik vind er geen beter woord voor – een achterbakse demagoog. Wat doet een demagoog? Hij verbergt zijn agenda onder de mantel van medeleven, van zorg: in dit geval de zorg om de arme slachtoffers van het patriarchaat en, als we de ondertitel van haar boek mogen geloven, om de nationale eer (klassieker!). Wat doet een demagoog nog meer? Hij zorgt ervoor dat de begrippen niet meer betekenen wat ze betekenden, maar voortaan datgene waarmee de demagoog ze oplaadt.

De demagoog zorgt voor een herinterpretatie die hij het gefascineerde publiek als een gegeven verkoopt. En, dat moet men toegeven, dat laatste is mevrouw Schwarzer schrikbarend grondig gelukt. Sinds het begin van haar inspanningen zien veel mensen in dit land veel dingen anders, zijn ze "niet meer zeker" en zeggen ze zoiets als "er moet toch iets van waar zijn". We zien het begrip "prostitutie" niet meer zoals voorheen, als onderdeel van het leven. Nee, nu is het iets hels. Een paar eenvoudige, ritmisch herhaalde herinterpretaties hebben effect gehad. Deze luiden: Prostitutie IS mensenhandel. Prostitutie IS slavernij (wat een hoon tegenover mensen die echte slavernij moesten en moeten verdragen!).

Met uw welnemen zal ik nu weergeven wat voor de tippelaars, hoeren, escort-mannen en -vrouwen die ik het voorrecht heb gehad te ontmoeten, het woord "prostitutie" betekent: een deal. Een vrij eenvoudige, overzichtelijke en in tijd beperkte ruil genaamd "Geef mij een bepaald bedrag aan geld en ik laat je intieme aandacht toekomen op jouw voorkeursmanier". Beide kanten willen het, beide kanten gaan daarna hun eigen weg. Dat is prostitutie, niet meer en niet minder.

Wanneer mensen bedreigd, geslagen en tot de geslachtsdaad met andere personen gedwongen worden, dan is dat duidelijk gedefinieerd als afpersing, mishandeling en dwang. Welke belangen zou iemand kunnen nastreven door deze criminele handelingen "prostitutie" te noemen? Deze demagoog wil een overeenkomst tot een misdaad verklaren. Want de mens achter de demagoog, en dat zij hem gegund, voelt echte afschuw tegenover dit proces, misschien om emotionele, misschien om levensbeschouwelijke redenen. Maar deze mens heeft niet het recht om zijn pijn aan andere mensen op te dringen die nu eenmaal anders voelen. Hij heeft niet het recht om de wereld naar persoonlijk goeddunken te disciplineren. Ik zeg "foei" tegen de anti-prostitutieoproep van "Emma", omdat deze degenen wil ontmündigen die hij beweert te helpen.

De auteur is muzikant en woont in Hamburg. Bron: http://www.welt.de/debatte/kommentare/article121733732/Prostitution-ist-ein-Deal-kein-Verbrechen.html

**************************************************************************************

Prostitutie: Doen sekswerkers hun werk graag?

Gepubliceerd door Antonia Baum op 19. november 2013 in „FAZ“

Hoe kan het dat iedereen zo'n duidelijke mening heeft over het onderwerp prostitutie? Is het niet eerder mensonwaardig om aan de supermarktkassa voor niets te werken? Moet men niet eerst alles veranderen voordat men de prostitutie afschaft?

De zogenaamde paneldiscussie die Alice Schwarzer ter presentatie van haar boek „Prostitution - ein deutscher Skandal“ in Berlin had belegd, was qua benaming werkelijk een grap, een dictatorinnen-grap die men alleen in staat is op te voeren als men ofwel gek is of keihard kamikaze-achtig ingesteld. Het is erg saai en totaal niet constructief om op Alice Schwarzer te schelden, en daar moet het hier ook niet over gaan, maar het verhaal laat zich zonder Alice Schwarzer niet vertellen, omdat zij het is die „de prostituees“ (allemaal, zonder onderscheid) wil redden, die voor haar altijd slachtoffers zijn.

Terug naar het podium afgelopen donderdag: daar boven zitten dus met Alice Schwarzer, die, natuurlijk, de discussie leidt, vier mensen die het met Schwarzer eens zijn, namelijk de medeauteur van het boek, een maatschappelijk werkster die een inloophuis voor prostituees leidt, een voormalig prostituee en een hoofdinspecteur van politie - allen door Schwarzer gerekruteerd om Schwarzer haar eigen mening te vertellen, wat even voorspelbaar als ongelooflijk is, omdat er in het publiek zoveel mensen zitten die een heel andere mening hebben, maar die niet gehoord mogen worden omdat de boekpresentatrice nu eenmaal absoluut zeker weet wat de juiste mening is.

Terwijl er, eh, gediscussieerd wordt, dat wil zeggen, terwijl men elkaar op het podium bevestigt, roepen sommigen in het publiek erdoorheen, een paar vrouwen proberen door een spandoek voor zich uit te dragen waarop „Mijn beroep is van mij“ geschreven staat, de aandacht op zich te vestigen, maar zij worden direct door ordediensten afgevoerd omdat zij een andere mening hebben en de eenheidsworst daarboven niet mogen verstoren.

Vinden volgens cijfers

En dat is überhaupt het centrale waanzinpunt in het debat over de vraag of prostitutie nu verboden moet worden of niet, of mannen van vrouwen seks mogen kopen (want enkel om dit model gaat het Schwarzer) en tot slot heel simpel: of men prostitutie goed of fout vindt - ja, het centrale waanzinpunt is dat het om goed en fout en om vinden gaat. Meer een gevoelskwestie dus, betrouwbare cijfers zijn er nauwelijks, noch over het aantal in Deutschland werkende prostituees, noch over hun herkomst, en bijgevolg laat zich ook maar moeilijk beantwoorden wie wat, waarom en hoe vrijwillig doet.

Alice Schwarzer strooide tot nu toe met opmerkelijke cijfers waarvan geen mens weet waar ze die eigenlijk vandaan heeft: 90 procent van de prostituees zou willen stoppen, weet zij, bovendien zou eveneens 90 procent van het Duitse „verse vlees“ uit Oost-Europa komen, en in principe zou het zo zijn dat „meer dan 90 procent“ van de prostituees al als kind misbruikt zou zijn. Dit extreem vastberaden 'gevind' is dus het kenmerk van het debat, evenals van de confrontatie op het podium, die immers oorspronkelijk door de allergrootste meningen-vinder-samenscholing werd aangezwengeld, namelijk met de ondertekening van de „Emma“-oproep tegen prostitutie door prominenten. Toen al vroeg men zich af of men zelf of de ondertekenaars de wereld niet meer begrepen, want hoe weten Margot Käßmann, Senta Berger, Maria Furtwängler en Frank Schätzing zo absoluut zeker wat juist is en hoe de realiteit van „de prostituees“ beoordeeld moet worden? Hoe krijg je zoiets voor elkaar?

Wie is eigenlijk „wij“ en „zij“?

Want als men begint daarover na te denken, stort je hoofd bijna in onder het grote gewicht van de vragen: Zijn er mensen die prostitutie als een normaal beroep beschouwen? Ja, die zijn er. Doet hen dat niet toch pijn, laat dat geen schade achter? Mag men überhaupt voor een ander mens beslissen dat hij iets niet mag doen omdat hij er schade van zou kunnen ondervinden? Wat is schade überhaupt? Doen sekswerkers hun werk graag, vrijwillig, omdat ze moeten? Wanneer kun je dat wat je doet vrijwillig noemen? Gaat er iemand vrijwillig schoonmaken? Is een activiteit die je moet doen om geld te verdienen nog steeds vrijwillig? Is werk überhaupt iets vrijwilligs, en zou het niet veel consequenter en behulpzamer zijn als Alice Schwarzer het onvoorwaardelijk basisinkomen zou eisen?

Dat zou Alice Schwarzer echter nooit invallen, die nog steeds op het podium zit en in samenwerking met haar gasten frontaal onderwijs geeft, ongeacht of er aan de zijkanten van de tribunes leden van de „Berufsverband erotische und sexuelle Dienstleistungen“ staan te protesteren. Zij hebben de tegen-oproep „PROstitution“ geformuleerd en eisen de deelname van „sekswerkers“ aan politieke processen die zich met het onderwerp prostitutie bezighouden. Zij willen noch een uitbreiding van de politiebevoegdheden, noch een criminalisering van de klanten. Zij zijn voor voorlichting in plaats van een verbod, voor door de staat gesubsidieerde bijscholingsmaatregelen en voor een respectvolle omgang met prostituees. In hun folder schrijven ze: „Iedereen praat over ons, maar niemand praat met ons. (. . .) Wij zijn geen slachtoffers! Wij zijn mensen die zelfbeschikt hun beroep hebben gekozen, zoals anderen dat ook doen.“ Maar wie is nu precies „wij“? Men weet het niet. Alle prostituees? Iedereen die zich zelfbeschikte sekswerker noemt?

In de categorieën van Schwarzer zijn dergelijke vrouwen, die daar absoluut intact en sterk staan, echter niet denkbaar. Ze bestaan niet, ze maken zichzelf in haar voorstelling waarschijnlijk iets wijs of zijn op een andere manier beschadigd, wat natuurlijk een maximale ontmündiging van deze vrouwen is, maar dergelijke vrouwen mogen blijkbaar ontmündigd worden zolang het het ideologische superdoel van Schwarzer dient: een wereld waarin mannen vrouwen niet voor seks mogen betalen, wat voor haar gelijkstaat aan: mannen mogen vrouwen niet kopen, waarmee prostitutie immers direct in de buurt van lijfeigenschap wordt geplaatst.

Schwarzer ziet in prostitutie een bijzonder lelijke uiting van het patriarchaat, en het valt niet te ontkennen dat het, wanneer het om seks en geld gaat, ook altijd om macht gaat. En het is evenzeer fout om dit potentieel schadelijke verband te negeren als om er eenzijdig op door te hameren. Toch kan het voor sommige prostituees absoluut kloppen. Daarover vertelt de maatschappelijk werkster op het podium geloofwaardig en in tegenstelling tot Schwarzer ook gedifferentieerd: de vrouwen met wie zij in Stuttgart te maken heeft, zijn arm, jong, niet zelden ziek, ze spreken nauwelijks Duits en zijn prostituee omdat ze moeten. Zij, de maatschappelijk werkster, had hen verteld over prostituees die deze baan deden omdat ze het wilden, en dat hadden deze jonge vrouwen simpelweg niet kunnen geloven.

Klanten zijn varkens?

De hoofdinspecteur beschrijft zijn gemiddelde prostituee: ze is tussen de 18 en 20 jaar oud en komt uit Oost-Europa. Dan roepen de PROstitutie-activistes weer: zo is het niet, de realiteit is anders. Ook al worden ze deze avond niet gehoord, ze zeggen dat prostitutie noch slavernij is (inderdaad een vreemde vergelijking), noch mensenhandel; als het tegen de wil van de vrouwen gebeurt, gaat het om een strafbaar feit. Hoe moet je daarover onderhandelen zonder meer details te weten? Wat denken de prostituees die er haveloos en drugsverslaafd bij staan aan de Berlijnse Kurfürstenstraße en op deze avond helemaal niet vertegenwoordigd zijn? Wat zouden de jonge vrouwen zeggen over wie de maatschappelijk werkster vertelde?

Ook hier weer: één groep, één en natuurlijk de juiste mening. Een jonge vrouw trekt, anders dan de Femen die als Schwarzer-ondersteuning in het publiek zitten, niet haar T-shirt uit, maar haar broek naar beneden en loopt met een blote kont over het podium, wat tot gejuich en boegeroep leidt, en nadat men het dan, met korte onderbrekingen, lang genoeg eens was, worden er nog een paar reacties toegelaten: een man in een rolstoel vertelt dat hij regelmatig naar prostituees gaat en het al meerdere keren heeft meegemaakt dat een prostituee hem vanwege zijn handicap afwees, waarin hij een zelfbeschikte daad ziet. Hij kan de ellende die op het podium beschreven werd niet herkennen. Verder is hij geen varken, verder zijn niet alle klanten varkens.

De problemen heten: seksisme, racisme, armoede

Vrijwel precies het tegenovergestelde wil Schwarzer in de toekomst in de hoofden van dit land als mening installeren: klanten moeten worden gebrandmerkt. Brandmerken - wat is dat voor een heksenverbrandingsvocabulaire in de democratische rechtsstaat waarin wij leven, zoals Schwarzer onophoudelijk benadrukt? Ze kijkt neer op de man in de rolstoel en herinnert hem er volkomen grotesk aan dat hij als gehandicapte ook andere mogelijkheden heeft om seksueel vervuld te leven, en bovendien zijn nu ook eens de anderen aan de beurt. Hup, de volgende. Een vrouw vertelt dat ze al lang als prostituee werkt. Ze komt uit Bulgarije en heeft nog nooit een vrouw ontmoet die tot prostitutie gedwongen werd, wat Schwarzer totaal niet ter kennisgeving aan wil nemen, zoals ze ook alle verdere reacties die volgen niet hoort, maar de discussie, die op dat moment van de avond misschien bij benadering zo genoemd had mogen worden, heel snel opvouwt en afbreekt.

Later lopen ongeveer twintig mensen, overwegend vrouwen, op zoek naar een bar door de straten van Schöneberg. Velen van hen noemen zich sekswerker en zijn behoorlijk kwaad. Een van hen heet Paulita Pappel en praat zo snel en slim en krachtig dat je zou willen dat zij op het podium had gezeten en had meegebeden. Zij is de vrouw die zojuist haar kont liet zien. Haar moeder is een Alice-Schwarzer-feministe, Paulita komt uit Spanje en is 25 jaar oud. Ze rondt net haar studie literatuurwetenschap af. „Toen ik 17 jaar oud was, dacht ik ook zo! Ik was tegen prostitutie. Nu verdien ik mijn geld als prostituee en speel ik in porno's. Ik werk vier dagen en kan daar drie maanden van leven. Dat is toch super! Ik moest zojuist het podium op gaan en mijn kont laten zien omdat de discussie zo dom en eenzijdig is. Prostitutie is niet het probleem. Het probleem is seksisme, racisme en armoede! Daarover moet men praten!“

Een andere jonge vrouw, van wie je denkt dat ze vast wierookstokjes en Indiase beeldjes thuis heeft staan, vertelt: „Ik masseer liever met overgave de lul van een man dan dat ik aan de kassa zit.“ Aan de kassa zitten, schoonmaken, mensen een of andere rotzooi aansmeren, bij Douglas of zo, op de meest stompzinnige manier dit mensvijandige kapitalistische klotewiel draaiende houden - is dat niet ook totaal schadelijk voor je hoofd? Doet iemand dat echt vrijwillig? En is dat niet een absoluut legitieme vraag als men gedwongen prostitutie, mensenhandel en prostitutie scheidt?

Een seksuoloog die ook iets met seksuele massages doet, vertelt in de kroeg over zijn vele totaal aardige maar kapotte succescliënten met een carrière. Hij zou hen soms ook aanraden om naar de hoeren te gaan. Altijd moeten functioneren, constant overal seks die je thuis meestal niet krijgt, dat frustreert enorm. Onze maatschappij is als een snelkookpan en de sekswerkers zijn het ventiel. Misschien, nee zeker, zou Alice Schwarzer, als ze Alice Schwarzer niet was, de afschaffing van deze maatschappij moeten eisen.

Dan zijn er twee mogelijkheden. Ofwel mannen komen in principe niet in existentiële noodsituaties terecht, dat is eigenlijk ongelooflijk, of vrouwen lossen hun noodsituaties anders op dan mannen. Lossen vrouwen dat anders op, dan zijn er weer twee mogelijkheden. Ofwel komen mannen dan in net zo verwerpelijke situaties terecht als vrouwen die zich vanuit deze dwang prostitueren. Waarom is er dan geen publieke discussie over de verwerpelijke situaties van de mannen? Of mannen accepteren deze situaties of lossen ze op een moreel onberispelijke manier op. Het interessante daaraan is dat elke mogelijke zojuist beschreven situatie voor veel betrokken vrouwen uiteindelijk geen geëmancipeerde oplossing van dergelijke noodsituaties oplevert. Dat zou weinig goeds zeggen over de emancipatie van de vrouwen zelf. Daarmee ontzeggen de lieve feministes vrouwen in noodsituaties een verstandige oplossing van hun problemen. Kan het niet misschien toch zo zijn dat dit voor een niet onbelangrijk aantal vrouwen in noodsituaties een heel eenvoudige oplossing van hun problemen vormt en daarmee wel degelijk gewild is, omdat alle andere oplossingen niet zo eenvoudig zijn?

Bron: http://www.faz.net/aktuell/feuilleton/prostitution-tun-sexarbeiterinnen-ihre-arbeit-gern-12667719.html

**************************************************************************************

Over seks tegen betaling

Gepubliceerd door Harald Martenstein op 28. november 2013 in „Die Zeit“

Ik wil beschrijven hoe ik over een omstreden politieke kwestie, waarover ik aanvankelijk onzeker was, een mening heb gevormd. Het gaat om het verbod op prostitutie. Alice Schwarzer en anderen eisen al weken dat het verboden moet worden dat mensen voor seks geld betalen. Toen heb ik bij mezelf nagedacht om welke redenen mensen überhaupt seks met elkaar hebben of met elkaar naar bed gaan of hoe je het ook wilt noemen. Waarom doen mensen dat? Zijn het, afgezien van prostitutie, altijd redenen die boven elke morele twijfel verheven zijn? En, zo niet: wat daarvan moet toegestaan blijven en wat moet verboden worden? Mensen hebben seks omdat ze een relatie of een huwelijk hebben en elkaar zowel lichamelijk als qua karakter aantrekkelijk vinden. Mensen hebben seks omdat ze er al jaren aan gewend zijn, hoewel de aantrekkingskracht tussen hen sterk is afgenomen. Mensen hebben seks omdat ze de andere persoon lichamelijk aantrekkelijk vinden, aan een verdergaande relatie denken ze daarbij niet. Mensen hebben seks omdat ze onder invloed van alcohol of drugs staan en hun oordeelsvermogen verminderd is. Mensen hebben seks omdat ze daar professionele voordelen van verwachten, bijvoorbeeld met leidinggevenden. Mensen hebben seks omdat de andere persoon rijk is en hen een luxueus leven belooft. Mensen hebben seks omdat de andere persoon beroemd of machtig is. Mensen hebben seks omdat ze op dat moment er gewoon zin in hebben. Mensen hebben seks uit angst om alleen te zijn, om wraak te nemen op hun partner voor diens slippertje, om iets aan hun imago te doen, uit medelijden, uit dankbaarheid, uit een opwelling die hen de volgende dag raadselachtig voorkomt, omdat ze afwisseling zoeken, uit nieuwsgierigheid, uit verveling, omdat iemand hen er geld voor geeft, omdat ze er geld voor betalen, omdat ze verliefd zijn of omdat ze zich door gevlei hebben laten overhalen. Dat bestaat allemaal ongetwijfeld, en nog ongeveer duizend andere redenen, zowel bij mannen als bij vrouwen. Sommige redenen vind ik goed, andere niet. Maar bij de gedachte dat de staat moet beslissen uit welke motieven seks, en wel vrijwillig tussen volwassenen, toegestaan moet zijn en uit welke niet, wordt ik duizelig. Toen heb ik over beroepen nagedacht. Alice Schwarzer zegt dat seks een vernederend beroep is. Er zijn mensen die bij oude mensen luiers verschonen en hun geslachtsdelen wassen, anderen zijn proctoloog en wroeten in de anus, weer anderen zorgen voor lijken of masseren de voeten van vreemden. Dat is allemaal noodzakelijk, maar zeer intiem, niet iedereen wil dat doen. De beslissing of men een activiteit vernederend of te vies vindt, moet men waarschijnlijk aan de mensen zelf overlaten. En seks, in het algemeen, vind ik sowieso niet vies of goor. Zonder seks zou ik er immers helemaal niet zijn, om van Alice Schwarzer nog maar te zwijgen. Ik geloof overigens dat ik, als ik zou moeten kiezen, veel liever prostitué zou zijn dan lijkenwasser of proctoloog. Als ik echter alleen zou zijn en niemand zou kunnen vinden die het met mij zou willen doen, misschien omdat ik te lelijk ben, heel erg stink of een ziekte heb, dan zou ik vermoedelijk ook geld daarvoor betalen. Ik geloof dat het verlangen naar seksualiteit geen criminele wens is, zowel bij mannen als bij vrouwen. Nu, mevrouw Schwarzer, mag u mij arresteren.

Bron: http://www.zeit.de/2013/49/harald-martenstein-prostitution

**************************************************************************************

Alles Alice of wat?

Gepubliceerd op 06. december 2013 door Antje Sievers in „Die Welt“

Voor het wereldkampioenschap voetbal 2006 werden in Duitsland 40.000 toegereisde prostituees verwacht. Wie toen al wist dat het alleen maar om 40.000 gedwongen prostituees kon gaan, was Alice Schwarzer. Ze heeft sindsdien bijgeleerd. Vandaag weet ze het beter: niet allemaal, slechts 95 procent van de prostituees zou hun baan met tegenzin doen, verkondigde ze onlangs. Hen (en die overige vijf procent meteen ook maar) moet hun onbeminde lot in de toekomst bespaard blijven. De nieuwste campagne van Alice Schwarzer richt zich op de afschaffing van het oudste beroep ter wereld. Waar het "icoon van de vrouwenbeweging" haar cijfers vandaan heeft? Dat blijft het geheim van de schwarzersche waarheidsvinding en is in de grond ook om het even. Want het gaat haar niet om de weerzinwekkende mensenhandel, waarin er duidelijk slachtoffers zijn die beschermd en daders die gestraft moeten worden. Het gaat haar om het zorgvuldig gekoesterde wereldbeeld volgens welk mannen varkens en vrouwen slachtoffers zijn.

Daartegen klinkt nu een protest van bijzondere aard: de in de beroepsvereniging voor erotische en seksuele dienstverlening georganiseerde vrouwen protesteren tegen hun inlijving door de beroepsfeministe Schwarzer. Zij beschouwen haar campagne als een daad van betutteling. "Je kunt mensen niet tegen hun wil helpen", zegt verenigingswoordvoerster Undine de Rivière. Want de professionals zien zichzelf niet als slachtoffer. Mannen die voor seksuele diensten (moeten) betalen, oefenen in de regel geen macht uit.

Het kan zijn dat sommigen van hen varkens zijn – arme varkens, zoals die klanten "die één keer betalen, tien keer willen en dan twee keer kunnen" (de Rivière over flatrate-klanten). Maar een vrije overeenkomst tussen twee volwassenen over een dienstverlening is geen onderdrukking van de vrouw – tenzij men de opvatting is toegedaan dat vrouwen identiek zijn aan hun lichaam en hun seks. In paternalistische culturen wordt dat zo gezien, daarom dwingt men vrouwen in de boerka. Sommigen lijken dat ook hier te lande een goed idee te vinden.

De nieuwe campagne is wat de campagnes van Schwarzer altijd waren: zelfenscenering. Dat zij een icoon van de vrouwenbeweging zou zijn, berust op een misverstand. Eigenlijk is zij de beste vriend van de mannen. Voor hen heeft het wereldbeeld van de opperfeministe in eerste instantie een onschatbare dienst bewezen: zij mogen vrouwen als arme stakkers beschouwen, als slachtoffers die voortdurend gestimuleerd en beschermd moeten worden. De overwegend puur symbolische daden van genoegdoening zijn een kleine prijs voor de geoefende vrouwenvriend, en het genderneutrale gepraat doet slechts een piepkleine minderheid pijn die lijdt onder de taalverloedering in de openbare ruimte.

In dit vrouwenbeeld is geen plaats voor concurrentes die gerespecteerd moeten worden. Of voor tegenstandsters die men zou moeten vrezen. Want vreselijk kan een vrouw zijn als zij gebruikmaakt van de slachtofferbonus en de rollen omdraait. Wie een man van seksisme of verkrachting beschuldigt, bevindt zich inmiddels in een onverslaanbare machtspositie: zo kun je levens ruïneren.

Het feminisme van Schwarzer, volgens welk alle mannen potentiële verkrachters zijn, is mannenverachtend, zeker. Maar zij heeft, zoals haar biografe Bascha Mika zegt, "vooral één probleem op de wereld: vrouwen. In vrijwel alle conflicten en ruzies die zij heeft uitgevochten, stonden vrouwen aan de overkant. Met mannen heeft zij het bijna nooit persoonlijk aan de stok gehad."

Inderdaad. Met vrouwen die weigeren haar te volgen, rekent ze genadeloos af. Dat zijn "wellness-feministes" die zich alleen "voor carrière en mannen" interesseren. Anderen zijn weer, als ze haar kritisch benaderen, handlangsters die "de jongens naar de mond praten" en hun eigen "verhoering" bedrijven.

Dat vrouwen zich zelden verweren tegen dergelijke aanmatigingen van het zelfbenoemde "icoon", ligt niet alleen aan een gebrek aan moed, maar ook aan een gebrek aan masochisme: de tegenaanvallen van Schwarzer plegen altijd seksistisch te zijn en altijd onder de gordel te mikken. Wie haar tegenspreekt, zo beweert zij, handelt denunciatoir en is een door mannen bestelde en betaalde agente van het kwaad.

Dat ook Alice Schwarzer door mannen wordt betaald, is daarentegen geen probleem, zij staat immers zo onmiskenbaar voor het goede. Haar comfortabele bestaan in de Keulse Bayenturm, waar zij waakt over de koers van "Emma" en over een "vrouwenarchief" dat jaarlijks minder dan 300 bezoekers trekt, dankt zij aan mannen, waaronder de mecenas Jan-Philipp Reemtsma, die haar met miljoenenbedragen steunde. Ook zo iemand die de vrouwenbeweging met Alice Schwarzer heeft verward.

Pas een vrouw, minister-president Hannelore Kraft, had de moed om de subsidie van de deelstaat voor een privéproject van vrij gering publiek belang radicaal te korten. Dat uitgerekend Kristina Schröder, de minister van Gezin, toen met federaal geld bijsprong, is een speciaal geval van vrouwelijk masochisme. Schröder werd door Alice Schwarzer ooit in een open brief aangevallen als een "hopeloos geval. Gewoon ongeschikt". Zij zou hooguit geschikt zijn als "persvoorlichter van de nieuwe, oude, zo media-effectief acterende, rechts-conservatieve mannenbonden en hun sympathisanten".

Maar uitgerekend zij hebben allang vrede gesloten met Alice Schwarzer. Een herrieschopper die haar seksegenoten klein houdt, is beslist makkelijker te hanteren dan volwassen vrouwen die geen slachtoffer willen zijn. En dat beantwoordt al de vraag waarom Alice Schwarzer "groter (is) dan het feminisme in Duitsland". Dit uiterst tweesnijdende compliment van Harald Schmidt zegt vooral één ding: dat het het "icoon van het feminisme" gelukt is om de vrouwenbeweging klein te houden.

Dat uitgerekend de "dienstverleensters" van het horizontale beroep de slachtofferbonus afwijzen die hen wordt aangeboden, is ware grootte. Anderen voelen zich al bij onhandige mannenopmerkingen slachtoffer van seksisme. Wat leren we daaruit? In Duitsland is feminisme een vrouwelijke probleemzone geworden die met symbolische spraakhandelingen gladgestreken moet worden. Met de werkelijkheid heeft dat allemaal niets te maken. Hooguit met Alice Schwarzer.

Bron: https://www.welt.de/print/die_welt/debatte/article122616641/Alles-Alice-oder-was.html

Blader hier terug - Deel 1

Blader hier terug - Deel 2

← Alle artikelen

Laatst bijgewerkt op